Posted on

review David Philips on JohnnysGarden

Het nieuwe album van David Philips is opgesierd met leuke aquarellen. Vogeltjes en frisse tinten, die prima samen gaan met zijn dakterras te Barcelona waar de opnames plaatsvonden van deze tweede in de serie. De tekst op de hoes beperkt zich tot het noodzakelijke. David Philips laat de muziek het woord doen. Ik ken een aantal Philips albums, maar die vorige, Rooftop Recordings uit 2011, sprak het meest tot mijn verbeelding. Geen flauw idee waarom. Wellicht veroorzaakt door de energieke lading die verborgen zit in de live uitvoering. Hetzelfde opbeurende ervaar ik tijdens het beluisteren van Rooftop Recording 2. Opnieuw word ik geïmponeerd door deze snarenvirtuoos met zijn soulvolle zang. Voor een moment had ik, in Guilty Sunday, een associatie met Jerry Riopelle. Een artiest die eveneens floreerde vanuit zonovergoten oorden, maar zich sinds zijn hoogtijdagen op de vlakte houdt. David Philips schotelt ons opnieuw een royaal aantal pareltjes voor. Achttien stuks maar liefst! Twaalf volwaardige nummers en zes instrumentale). Bijna achteloos gemakkelijk lijkt het allemaal. Hij steekt van wal met een drietal aansprekende nummers, maar de aandacht van de luisteraar zal daarna allerminst inzakken, zelfs bij de meer bedachtzame nummers. Sowieso indrukwekkend wanneer een artiest blijft boeien ook als hij zichzelf beperkt heeft tot het meest basale, zang en gitaar. Rooftop Recordings is opnieuw een zogenaamde bare bone, waarbij David Philips andermaal bewijst een meester te zijn in het tot leven brengen van een waar spectrum aan muzikale invloeden. Spaanse invloeden in een nummer als Migration, maar ook een pure blues song (Long Flight Home) weet hij overtuigend neer te zetten. Het merendeel zit volgepropt met soul. De plaat barst uit zijn voegen van de muzikaliteit. Halverwege november en begin december is wederom gelegenheid hem in levende lijve te aanschouwen, aangezien hij een aantal dagen binnen zijn schema geprikt heeft in Nederland en België. Tot die tijd biedt David Philips je de mogelijkheid om je huiskamer te transformeren tot een Spaans dakterras met zijn frivole muziek zonder opsmuk.

Posted on

review new David Philips release on MusicThatNeedsAttention

Sinds 2010 brengt de Engelse singer-songwriter David Philips albums uit. Daarnaast verdient hij zijn brood door middel van muziekproducties voor onder anderen MTV, Audi, Volkswagen en Honda. Het debuutalbum Heal Yourself Alone bracht hij in eigen beheer uit. Hierna tekende hij voor het Nederlandse Black & Tanlabel. Hij is een multi-instrumentalist en speelt zelf alles in op zijn songs. Op het vorig jaar verschenen If I Had Wings week hij voor het eerst af van de wel heel sobere invulling van de liedjes op eerdere platen. Het was ook wat avontuurlijker en waren er voor het eerst ook wat elektronische invloeden te horen. If I Had Wings maakte vorig jaar grote indruk op mij en eindigde zodoende hoog in mijn eindejaarslijst. Voor zijn nieuwste worp greep hij echter terug op het oude recept, het werd thuis in zijn appartement in Barcelona opgenomen. De luisteraar wordt getrakteerd op maar liefst achttien tracks met een speelduur van zevenenzestig minuten. Ondanks de lange speelduur en sobere invulling weet hij de aandacht goed vast te houden. Het repertoire is gevarieerd, soms wat jazzy dan weer met wat bluesinvloeden. Hij maakt slechts alleen gebruik van zang, gitaar en mondharmonica. In zijn zang zit altijd de nodige soul, heel af en toe maakt hij ter afwisseling ook gebruik van zijn kopstem. Het gitaarspel is zoals altijd buitengewoon goed verzorgd. Soms laat hij zijn fabuleuze techniek de vrije loop, zoals in Tied Up Gagged and Bound. Een van de weinige songs die hij opnieuw opnam. Aan het eind staan zes instrumentale nummers, in een ervan, Waterproof, hoor je op de achtergrond regen vallen. Direct moest ik denken aan het relaxte Tama Na Koto van Paniyolo. Het zal weinig moeite kosten voor David om dit repertoire te vertalen naar het podium. Live-ervaring heeft hij zat; hij trad al op diverse blues- en jazzfestivals op. Het prachtige artwork is uiteraard ook weer door hemzelf verzorgd. Gelukkig is hij zeer binnenkort weer te zien op de Nederlandse en Vlaamse podia en brengt hij andermaal een prachtplaat mee.

Posted on

review Rivherside on La Grosse Radio

“Des rythmes électro, des influences hip-hop, mais surtout, des titres bien écrits qui savent montrer un respect de la tradition sans s’en encombrer”

Le blues est décidément increvable. Rivherside n’est pas le premier projet qui se réapproprie le vénérable ancêtre du rock, mais fait indéniablement partie du haut du panier. En effet, il ne suffit pas d’ajouter deux louches d’électro et quelques touches de hip-hop au petit bonheur la chance pour aboutir à un résultat probant. Buddy Guy avait parfaitement réussi à proposer du blues moderne sur son album Sweet Tea (2001), tandis que Scarecrow, projet très blues/hip-hop, peine à se montrer vraiment convaincant (au moins sur album, le groupe est bien meilleur sur scène). Lancé en 2012, Rivherside a pour première particularité d’être un one-man band, celui du Clermontois Renaud Villet, dont c’est le deuxième effort long format (sorti en juin dernier, l’été, que voulez-vous), mais le premier sur lequel il emploie sa boîte à rythmes (après deux EP qui lui ont permis d’expérimenter). Première impression à l’issue d’une écoute superficielle, l’homme aime le blues et le connaît sur le bout des doigts : les variations d’un titre comme “Paranoid”, simples en apparence, jouent habilement avec le rythme, de sorte que Renaud parvient à nous tenir en haleine avec un seul riff. Saluons également sa performance au micro : sa voix chaleureuse, avec un côté crooner de bon aloi, sonne authentique mais pas cliché. En parlant de cliché, on ne peut pas dire qu’ils soient nombreux sur cet album : si la présence de la boîte à rythme légèrement électro (on le ressent essentiellement quand le rythme accélère) permet d’apporter une petite touche de renouveau, c’est avant tout via les compositions elles-mêmes que Renaud prend ses libertés avec le blues de papa, pour lequel son amour transparaît néanmoins clairement. Des rythmes électro, des influences hip-hop, mais surtout, des titres bien écrits qui savent montrer un respect de la tradition sans s’en encombrer : l’instrumental “Albert Dre Junior” commence par se concentrer sur la guitare lead, avant de faire place à une ambiance typiquement hip-hop, sans que l’on ressente une quelconque cassure. Comme quoi, bien plus que l’ajout d’influences issues d’autres horizons, le succès (ou au moins, la réussite) dépend avant tout des capacités d’écriture de l’auteur. Les influences hip-hop restent d’ailleurs en retrait, même si le featuring de TDB sur “Muddy Water” est forcément plus explicite. Sur la totalité de l’album, cela reste discret, mais fonctionne tellement bien que l’on pourrait regretter de ne pas voir cette influence davantage présente. Mais c’est bien le blues qui règne en maître tout du long. Alors il y a tout de même quelques riffs qui se répètent un peu ici et là, (“Something”, “See how they shine”), le premier titre (“Need to speed”) sonne un peu plastoque avec une boîte à rythmes et une guitare qui bavent (encore que c’est probablement voulu), et si les influences apportent une certaine fraîcheur (bienvenue), elles pourraient se faire un poil plus présente à l’avenir qu’on ne s’en plaindrait pas. Cela étant, il s’agit moins de reproches que de remarquer que la marge de progression est bien présente : il s’agit, de plus, du premier album (précédé par 2 EP) sur lequel Renaud Villet met de l’eau dans son blues. Ayant développé une personnalité plus marquée, on pourrait peut-être considérer ce Electraw blues album comme le véritable acte de naissance du projet. Un projet qui redonne le goût du blues et montre que le genre a encore un bel avenir devant lui.

Posted on

review Rivherside in ABS Magazine (France)

Le parcours de Renaud Villet est celui d’un véritable passionné de la note bleue, que ce soit comme guitarist chanteur band leader en duo guitare-harmonica ou, depuis 2012 en solo. Et c’est peut-être la a mon sens qu’il a réellemnet trouvé sa voie, dans un blues plus roots, tres orienté Mississippi. Son premier album en one-man-band, <Something On My Mond>, en 2013 (Keffren), avait donné le ton. En 2014, l’orientation évolue avec des sonorités clairement électro et hip-hop. traduites dans un EP autoproduit <Electraw Blues EP>, avant une collaboration en 2015 avec rapper TDB concrétisée par un nouvel EP <Inner Voices>. Mais ce qui manquait a ce musicien toujours en quete d’évolution, c’était un label reconnu et une distribution adéquate. Répons avec Black & Tan, référence pour associer blues et électro. Du coup, la voie est libre pour s’exprimer pleinement avec 12 titres originaux. Renaud assure les parties voix, guitare, basse, drums et programming et des invités l’accompagnent sur certaines faces dont Dave Crowe (du duo Heymoonshaker) a la beatbox sur un titre, LigOne, ou TDB pour ne citer qu’eux. Une version vinyle de l’album est prévue a l’automne, belle récompense pour ce musicien talentueux.

Posted on

What Kind Of Shit Is This ? (review Boo Boo Davis release)

Boo Boo Davis is een Mississippi-bluesman. Hij is de zeventig al gepasseerd, maar zijn oerblues klinkt krachtiger dan ooit, mede dank zij Blu Acid – Jan Mittendorp en Mischa den Haring. Zij deden hier eigenlijk een beetje wat Johnny Winter ooit bij Muddy Waters deed – die bezorgde Waters met Hard Again misschien wel de sterkste plaat uit zijn loopbaan, doordat hij met zijn opzwepende gitaarspel en enthousiaste ondersteuning de geniale bluesman tot grootse hoogten wist op te zwepen. Mittendorp en den Haring hebben allebei hetzelfde gevoel voor de oerblues, en hetzelfde ontembare enthousiasme, en je hoort dat het bij Boo Boo Davis oerkrachten losmaakt. Het levert een fenomenaal album op, waarbij de toevoegingen van de jongens van Blu Acid nooit storend zijn, maar juist een meerwaarde geven aan de rauwe oerblues van Davis. De teksten van Boo Boo Davis hebben niet altijd heel veel om de hakken, maar de sfeer en het doordenderen en het meeslepende gevoel van de oerblues weet hij als geen ander te pakken.

blu acid
Blu Acid
Posted on

UK review Boo Boo Davis – One Chord Blues

this review by Norman Darwen was published in BLUES IN THE SOUH / May 2016:

Long-time St. Louis resident James “Boo Boo” Davis is one of the last of the bluesmen to have emerged from the harsh life of picking cotton in Mississippi (he was born in Drew), and his style is similarly old school – or ‘Old Skool’ as the track of that name reveals – and authentic. Although Black & Tan have tried, more successfully than you might think (take a listen to the closing ‘Who Stole The Booty’), to bring him up to date with electronics and have had him singing soul music, his default position is that of the down-home blues singer. These songs, drawn from his previous releases for the Dutch label Black & Tan between 1999 and 2015, are indeed one chord numbers, with Howling Wolf’s droning style and ferocious vocal stylings an obvious influence on numbers like ‘Blues On My Mind’, ‘Hard Times’, ‘Ice Storm’, and ‘The Snake’. ‘I’m Comin’ Home’ sounds like it should have been on a 78 issued by a small label out of Jackson, Mississippi in the early 50s, and ‘Can Man’ refers to his early musical experiences before he could afford a drum-kit. ‘Keep On Lovin’ Me Baby’ has a full band accompaniment, with some fierce blues-rock guitar over a boogie backing that owes something to Slim Harpo’s well-known ‘Shake Your Hips’, and it also features Boo Boo’s harmonica playing – not heard often enough, though it does feature on several other tracks here. I guess it probably depends on how much of this material you already have, but if you like your blues down(-home) and dirty, do investigate this.

BluesInTheSouth

Posted on

review Doug MacLeod / Washington Blues Society

this review was published in the latest BluesLetter of the Washington Blues Society:

Doug MacLeod – Live in Europe

Doug MacLeod’s latest release on the Netherlands- based Black and Tan label captures the two-time Blues Music Award-winning acoustic bluesman live in 2006. While his most recent release on California-based Reference Recordings have certainly garnered “Dubb” some well-deserved recognition, Live in Europe features 11 songs from an out-of-print DVD, The Blues In Me. This is the first digital-only release I have reviewed in the Bluesletter, and while I miss holding a CD in my hands and reading the liner notes and story behind the production of this release, I think that Live in Europe represents the future. A future that distributes music on a number of digital platforms, such as Amazon Music, iTunes and Spotify. Continue reading review Doug MacLeod / Washington Blues Society

Posted on

review Doug MacLeod – Live in Europe in Rootsville (Belgium)

rootsvilleNaast de talrijke albums die deze storyteller al op zijn conto heeft staan bracht ‘Black and Tan Records’ ook nog eens in eigen beheer een serie uit van  studio albums van deze Doug MacLeod tussen 2002 en 2008. De missing link was in deze verzameling misschien wel deze ‘Live In Europe’.

Continue reading review Doug MacLeod – Live in Europe in Rootsville (Belgium)

Posted on

review Boo Boo Davis from Brazil

Escutem One Chord Blues do Boo Boo Davis

O Boo Boo Davis é um daqueles músicos de Blues que estão bem escondidos no coração do Mississippi, mais exatamente na cidade de Drew, a cidade da ativista Mae Bertha Carter e do pai dos irmãos Manning da NFL. Boo Boo tocou por décadas em St. Louis e teve a oportunidade de servir como banda de apoio a diversos músicos que por lá passaram, B.B. King antes da fama foi um deles. Ao contrário do que você pensa, esse não é um Delta Blues, o som dele é eletrificado, mas ainda é possível encontrar o Delta em suas canções.

Posted on

German review Boo Boo Davis – One Chord Blues

www.music-newsletter.de

Immer wenn ich einen alten Hounddog wie BOO BOO DAVIS höre, denke ich mir <warum ist dieser Mann nicht längst international und folgedem auch hierzulande bekannt?> Groovige “Jimi-Hendrix”-Licks, eine schnarrende an den Klang von Screaming Jay Hawkins erinnernde Stimme, verzerrte Mundharmonika-Riffs und eine dröhnende Orgel (gespielt von Roel Spanjers), die geradezu von der Bühne eines 60er Jahre “Doors”-Konzerts zu den Aufnahmen dieser Scheibe hinüber gewandert ist. “The Snake” ist der geniale Auftakt des Albums “One Chord Blues”, das die besten und interessantesten Stücke seiner bisher veröffentlichten Studio Alben zusammenfasst. Der als James Davis geborene Musiker aus dem Süden der USA ist seit den 70er Jahren unterwegs und hat sich nie viel um Mainstream oder kommerzielle Dinge geschert. Auftreten – schlafen – essen’n’trinken – die verdiente Kohle für Miete oder andere nützliche Dinge ausgeben und so wiederholt sich der Kreislauf seit Jahren.

Continue reading German review Boo Boo Davis – One Chord Blues